< Naar overzicht
24-07-2026 Nieuws

Effectenportefeuille geen ondernemingsvermogen

Voor de kwalificatie als bron van inkomen is vereist dat er sprake is van deelname aan het economische verkeer, een subjectief oogmerk om voordeel te behalen en een objectieve voordeelsverwachting. Het beheer van een effectenportefeuille wordt doorgaans als normaal actief vermogensbeheer beschouwd. Dit is anders als de ondernemer met zijn deskundigheid, ervaring en relaties het koersverloop van de aandelen kan beïnvloeden. Een effectenportefeuille kan tot het ondernemingsvermogen behoren als deze is verworven binnen de normale bedrijfsuitoefening of als tijdelijk overtollige liquide middelen op een zodanige wijze zijn belegd dat zij tijdig weer voor de onderneming beschikbaar zijn.

Verlies 

Twee ondernemers, gehuwd in gemeenschap van goederen, exploiteren vof 'De Boekhouder'. Zij zijn betrokken bij twee projectontwikkelingsinitiatieven. De ondernemers bezitten ook een effectenportefeuille, die een verlies laat zien. In hun aangiften voor 2020 namen zij een afwaardering van € 1,3 miljoen op de portefeuille op. De inspecteur corrigeert deze afwaardering, omdat de portefeuille volgens hem ten onrechte als ondernemingsvermogen is geactiveerd en in box 3 thuishoort.

Bron van inkomen 

Geen van de projectontwikkelingsinitiatieven vormt in 2020 een bron van inkomen. Er hebben dat jaar geen concrete handelingen in het economische verkeer plaatsgevonden en er is geen objectieve voordeelsverwachting. Ook het beheer van de effectenportefeuille zelf kwalificeert niet als een bron van inkomen, aangezien de ondernemers geen arbeid hebben verricht die normaal actief vermogensbeheer te boven gaat. De effectenportefeuille is bovendien niet verworven binnen de normale bedrijfsuitoefening van de vof, waarvan de activiteiten wezenlijk anders zijn dan effectenbeheer. 

Verplicht privévermogen

De portefeuille behoort daarom tot het verplichte privévermogen en valt in box 3. De inspecteur heeft de afwaardering terecht gecorrigeerd. Echter, de inspecteur erkent dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen lager moet worden vastgesteld vanwege niet-verrekende rekening-courantschulden. Gelet op de verliezen op de effectenportefeuille en het 'kerstarrest', wordt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen uiteindelijk verminderd tot nihil.