< Naar overzicht
02-07-2026 Nieuws

Tariefstijging van 0,25% ondeugdelijk gemotiveerd

De eigenaar van een recreatiewoning is het niet eens met zijn aanslag forensenbelasting. Het tarief is met 25% verhoogd (van 1 naar 1,25%). Ook het maximumbedrag is verhoogd met 4,2%. De man stelt dat de verhogingen in strijd zijn met onder meer het evenredigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook voert hij aan dat er sprake is van strijd met het verbod op 'détournement de pouvoir', het beginsel van 'fair play', de redelijkheid en billijkheid, het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het recht op eigendom.

De rechtbank oordeelt dat de verhoging van het maximumbedrag met 4,2% geen spanning oproept met het evenredigheidsbeginsel, omdat deze de inflatie volgt. De motivering voor de tariefverhoging van 25% is echter ondeugdelijk. Het argument dat objecten met lagere WOZ-waarden worden bevoordeeld als alleen het maximum stijgt, 'houdt geen steek'. Doordat de ondergrens van een kenbare motivering niet wordt gehaald, kan de rechtbank niet beoordelen of de tariefverhoging evenredig is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraak op bezwaar. De aanslag wordt gebaseerd op het tarief van voor de tariefsverhoging (1%).