< Naar overzicht
30-07-2026 Nieuws

Twee à drie diensten per jaar voldoende voor kerkenvrijstelling

De eigenaren van een kerkgebouw met een perceel grond vinden dat de gemeente de waarde hiervan te hoog heeft vastgesteld. Zij stellen dat de kerkenvrijstelling ten onrechte niet is toegepast op de volledige waarde van de onroerende zaak. De intentie is om het pand als kerk te behouden. Er vinden minimaal twee keer per jaar kerkdiensten plaats.

Kerkenvrijstelling

De gemeente stelt dat de kerkenvrijstelling destijds ten onrechte is toegepast op de opstal (het kerkgebouw). De gemeente betwist dat de onroerende zaak wordt gebruikt voor kerkdiensten en vindt twee à drie diensten per jaar onvoldoende om voor de kerkenvrijstelling in aanmerking te komen, vooral omdat het pand ook als trouwlocatie wordt gebruikt. Volgens de gemeente heeft de vastgestelde waarde (van € 14.000) uitsluitend betrekking op het perceel grond.

Het 70%-criterium

Volgens de wet wordt de waarde van onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst buiten aanmerking gelaten. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat 'in hoofdzaak' betekent dat de onroerende zaak voor ten minste 70% voor de openbare eredienst wordt gebruikt (het '70%-criterium'). Het kerkgebouw is naar aard en inrichting bestemd voor de openbare eredienst, zo stelt de rechtbank vast. De rechtbank twijfelt niet aan de verklaring van eisers dat er in 2023 drie kerkdiensten hebben plaatsgevonden. De stelling van de gemeente dat twee à drie diensten per jaar te weinig is om aan het 70%-criterium te voldoen, vindt geen steun in wet- en regelgeving. Omdat eisers onweersproken hebben gesteld dat het pand in 2023 uitsluitend voor de openbare eredienst is gebruikt, voldoet het aan het 70%-criterium. De kerkenvrijstelling is daarom van toepassing.

Gevolg voor WOZ en OZB

De waarde van de onroerende zaak moet buiten aanmerking worden gelaten bij de WOZ-waardering en vormt geen onderdeel van de heffingsmaatstaf van de OZB. Het beroep is gegrond. De vastgestelde waarde van de onroerende zaak wordt verlaagd tot nihil en de OZB-aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.