< Naar overzicht
16-10-2026 Nieuws

Voortvarendheidsvereiste niet van toepassing buiten EU

Een ondernemer richt vennootschappen op in de Seychellen, de Verenigde Staten en de Verenigde Arabische Emiraten. Via buitenlandse bankrekeningen lopen grote bedragen uit online marketingactiviteiten. In zijn Nederlandse aangiften inkomstenbelasting vermeldt hij alleen zijn reguliere inkomen en geeft hij geen buitenlandse vermogensbestanddelen of inkomsten uit zijn buitenlandse vennootschappen aan.

Gegevensuitwisseling 

Jaren later ontvangt de Belastingdienst via internationale gegevensuitwisseling informatie over de buitenlandse bankrekeningen. Uit de bankgegevens blijkt onder meer dat geld van de buitenlandse vennootschappen wordt gebruikt voor privé-uitgaven en dat € 490.000 is overgemaakt voor een opvallende transactie rondom goud en sieraden. Volgens de ondernemer betrof dit diamanten, die als belegging fungeerden, maar die uiteindelijk waardeloos bleken te zijn en zijn afgewaardeerd naar nihil.

Belastingdienst wacht te lang?

De ondernemer verweert zich op meerdere fronten tegen de opgelegde navorderingsaanslag. Een belangrijk argument is dat de Belastingdienst niet voortvarend genoeg heeft gehandeld. Daardoor zouden de navorderingsaanslagen moeten vervallen. Daarnaast stelt hij dat de bedragen geen verkapte dividenduitkeringen zijn en dat het vermeende vermogen niet in box 3 thuishoort.

Bewijslast draait om

De rechtbank gaat daar niet in mee. Omdat het vermogen zich bevindt in landen buiten de EU, geldt de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. De Europese eis dat de Belastingdienst voortvarend moet handelen, speelt hier niet. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de ondernemer niet de vereiste aangiften heeft gedaan. Daardoor geldt de zware sanctie van omkering van de bewijslast. De ondernemer moet dan overtuigend aantonen dat de correcties van de Belastingdienst onjuist zijn. Dat lukt niet. Daarom accepteert de rechtbank de schatting van de Belastingdienst. De privé-uitgaven via de buitenlandse vennootschappen gelden als belast dividend in box 2. Ook het vermogen van € 490.000 wordt in latere jaren belast in box 3.