Paniekaanval was onvoorziene omstandigheid, laag tarief van toepassing
Een vrouw koopt in 2021 een woning. Zij verklaart hierbij schriftelijk dat ze de woning als hoofdverblijf zal gebruiken en onderneemt direct actie om het huis op te knappen en in te richten. Er worden aannemers ingeschakeld, offertes opgevraagd en enkele aankopen gedaan voor het interieur.
Kort daarna gaat het mis. Wanneer de vrouw voor het eerst alleen in de woning is, krijgt ze onverwacht een intense paniekaanval en vlucht het huis uit. Latere pogingen om de woning te betreden blijven tevergeefs. Iedere keer dat ze de woning nadert, wordt zij overvallen door angstgevoelens. Die gaan terug tot haar diagnose met PTSS. Deze klachten leken al twee jaar onder controle, maar de woning triggert deze onverwacht. Met pijn in het hart besluit de vrouw de woning te verkopen. Ze maakt hierbij een klein verlies.
Een jaar later stelt de Belastingdienst bij controle vast dat de vrouw de woning nooit heeft bewoond en legt een naheffingsaanslag op voor het verschil tussen het hoge tarief en het lage tarief. De rechtbank oordeelt dat hier sprake is van een onvoorziene omstandigheid. Op het moment van aankoop is de vrouw al twee jaar stabiel. Zij kon niet voorzien dat de woning zulke hevige PTSS-klachten zou uitlokken.
De paniekaanval is de doorslaggevende reden dat de woning niet als hoofdverblijf kon worden gebruikt. De rechter merkt op dat de vrouw kosten heeft gemaakt om de woning op te knappen en dat zij de woning uiteindelijk met verlies heeft verkocht. Dit ondersteunt haar intentie om er te gaan wonen. De rechter vernietigt de naheffingsaanslag. Het verlaagde tarief van 2% blijft van toepassing.