Hawala-diensten zijn bron van inkomen
In de jaren 2014 tot en met 2017 houdt een man zich bezig met de handel in qat en het aanbieden van hawala-diensten. Vanaf 2017 start de FIOD met een strafrechtelijk onderzoek naar de man. Bij een huiszoeking in 2018 vindt de FIOD 1,81 kg qat en een gedetailleerde administratie. Uiteindelijk wordt de man in 2021 door een rechtbank veroordeeld voor het handelen in qat en voor het aanbieden van hawala-diensten zonder vergunning. In 2019 richt de Belastingdienst zich op de financiële kant van deze handelsactiviteiten. De inspecteur is van mening dat de activiteiten van de man een bron van inkomen vormen en legt navorderingsaanslagen op.
Bron van inkomen
Volgens vaste jurisprudentie is er sprake van een bron van inkomen als iemand:
- deelneemt aan het economisch verkeer; en
- het oogmerk heeft om daarmee voordeel te behalen; en
- het voordeel redelijkerwijs kan verwachten.
Het hof oordeelt dat de activiteiten van de man met betrekking tot de handel in qat en het aanbieden van hawala-diensten voldoen aan de vereisten voor een bron van inkomen.
Qat
Voor de qat-handel acht het hof vastgesteld dat de man actief deelneemt aan het economisch verkeer door qat in te kopen en te verkopen. De wisselende en tegenstrijdige verklaringen van de man doen afbreuk aan zijn geloofwaardigheid. Het hof baseert zijn oordeel onder andere op tapgesprekken, getuigenverklaringen en administratie, die wijzen op een patroon van handel over meerdere jaren. De man beoogt duidelijk winst te maken, wat blijkt uit de aard van de activiteiten en de omvang van de inkomsten. Hierdoor is aan alle criteria voor een bron van inkomen voldaan.
Hawala
Hawala-diensten zijn een vorm van informeel, ondergronds bankieren. Bij hawala gaat het om het overmaken van geld zonder dat er daadwerkelijke fysieke of elektronische overdracht plaatsvindt via banken of andere reguliere financiële instellingen. Een persoon die geld wil overmaken, geeft dit aan een hawala-agent (tussenpersoon) in zijn eigen land. Deze agent instrueert een andere agent, vaak gevestigd in het bestemmingsland, om het afgesproken bedrag aan de ontvanger uit te betalen. De twee agenten verrekenen het uiteindelijke saldo later onderling.
Ook de hawala-diensten kwalificeren volgens het hof als een bron van inkomen. De man rekent een commissie voor het verrichten van deze geldtransacties, wat wijst op het streven naar voordeel. Hoewel de man verklaart dat deze diensten enkel voor familie bedoeld waren, zijn er aanwijzingen dat hij ook voor derden werkte. Het hof acht het daarom aannemelijk dat de man deelneemt aan het economisch verkeer en dat zijn activiteiten een bron van inkomen vormen.