< Naar overzicht
06-03-2026 Nieuws

Minimale overschrijding vermogensgrens leidt tot terugvordering huurtoeslag

Een man heeft de afgelopen jaren geld gespaard voor medische kosten, de aanschaf van een elektrische scooter, (isolatie)werkzaamheden aan zijn woning en (de fors gestegen) energiekosten. In 2023 had hij een vermogen van € 33.844. Dat was € 96 meer dan de vermogensgrens voor de huurtoeslag. De ontvangen huurtoeslag moet hij daarom volledig terugbetalen.

Bij de rechter slaagt de man er niet in om aannemelijk te maken waarom het in zijn specifieke situatie onevenredig zou zijn om tot volledige terugvordering over te gaan. Het niet op de hoogte zijn van de vermogensgrens is geen reden om van terugvordering af te zien. Dat de man zijn vermogen wil besteden aan nuttige en noodzakelijke zaken, maakt de terugvordering niet onevenredig.

De rechtbank vindt dat de Dienst Toeslagen terecht is uitgegaan van het vermogen van € 33.844. Dat bedrag kan vervolgens niet worden verlaagd, doordat eiser dit vermogen heeft opgebouwd door sober te leven. De wetgever heeft met het stellen van de vermogensgrens namelijk het belang van sparen erkend en biedt daar dus ook ruimte voor. Tegelijkertijd is de huurtoeslag bedoeld voor mensen die onvoldoende vermogen en inkomen hebben om zelf de huur te betalen. Als het vermogen of het inkomen van iemand over de daarvoor door de wetgever bepaalde grens heengaat, mag worden aangenomen dat diegene over voldoende geld beschikt om zelf de huur te kunnen betalen. Het trekken van zo’n grens heeft altijd een zekere hardheid in zich, maar daar is niet aan te ontkomen. Die hardheid voelt extra hard als die grens minimaal wordt overschreden. Maar ook dat is inherent aan het trekken van een grens; er zullen altijd gevallen zijn die daar net overheen gaan.