WOZ-waarde woning lager door recht van overpad
Een vrouw koopt een nieuwbouwwoning. De gemeente stelt de WOZ-waarde van de woning vast op € 515.000. De vrouw stelt dat de waarde € 450.000 bedraagt. Dit bedrag is gebaseerd op de koop-/aannemingsovereenkomst van € 385.000, vermeerderd met circa € 65.000 aan meerwerk voor onder andere de keuken en badkamer. De gemeente betwist dit en stelt dat de aankoopsom niet de waarde in het economische verkeer vertegenwoordigt. De rechtbank volgt de gemeente en oordeelt dat de gemeente terecht heeft gekozen voor de vergelijkingsmethode om de waarde te bepalen.
Vergelijkingsmethode
De gemeente onderbouwt de vastgestelde waarde met een taxatierapport en waardematrix. Hierbij vergelijkt de gemeente de woning met andere verkochte woningen, de zogenaamde vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende rekening heeft gehouden met het feit dat de grond nog braak lag en onverhard was. Er is een correctie van € 40.777 toegepast voor onderdelen die nog niet klaar waren op de WOZ-peildatum. Ook is rekening gehouden met de ligging van de woning nabij een druk spoor. Hiervoor is een correctie van 10% op de grondwaarde toegepast.
Waardedruk door recht van overpad
De vrouw voert verder nog aan dat een recht van overpad op een strook grond van ongeveer 15 m² achter haar schutting de waarde drukt. De taxateur geeft aan dat bij de vergelijkingsobjecten geen sprake is van zo’n erfdienstbaarheid en dat dit niet is meegenomen in de taxatie. De rechtbank oordeelt dat de gemeente rekening moet houden met de waardedruk die uitgaat van deze erfdienstbaarheid. Dit argument van de vrouw slaagt. Omdat geen van beide partijen de door hen voorgestane waarde aannemelijk maakt, stelt de rechtbank de waarde vast op € 513.000.